Cider, calvados, poiré, pommeau… wat is nu precies wat?

Cider, calvados, poiré, pommeau… Allemaal dranken die uit Normandië afkomstig zijn. Maar wat is nu precies wat?

In Normandië heb je veel appelboomgaarden (en iets minder perenboomgaarden). Van die appels maken ze behalve lekkere taarten ook cider. En als je eenmaal cider hebt, kun je nog veel meer dranken maken.

Cider

Cider maak je door appels te pletten. Vroeger gebeurde dat in een ronde bak, waar een molenwiel door reed. In sommige dorpen in appels peren calvados cider poiré calva pommeauNormandië kun je die ronde bakken nog zien liggen. De pulp van die geplette appels werd vervolgens uitgeperst. Het vrijgekomen sap werd gezeefd en in houten vaten gedaan, waar het kon fermenteren.

Het alcoholpercentage van cider ligt gewoonlijk tussen 2% en 8%, maar uitschieters tot 18% zijn ook mogelijk.

Cider wordt vaak bij de maaltijd gedronken. Daarnaast wordt cider ook gebruikt als ingrediënt in gerechten, zoals bij varkens- en kippenvlees, maar ook in cocktails en desserts.

Calvados

Als je cider twee keer destilleert, krijg je calvados (vrienden en bekenden mogen ‘calva’ zeggen). Het alcoholpercentage is meteen flink toegenomen: voor calvados ligt dat namelijk tussen de 40 en 45%. Na destillatie moet calvados een tot vijf jaar rijpen op eikenhouten vaten.

Met calvados kun je veel alcoholische kanten op. Je kunt het drinken bij kaas, chocolade, dessert en ijs. Je kunt hem bovendien ook verwerken in een cocktail of ijsgerecht, maar ook met appels, garnalen, rundvlees of kip. Of gebruik een scheut calvados om crêpes en taarten te flamberen.

In Normandië is de trou normand een begrip: tijdens feestelijke maaltijden drink je in één teug een glaasje calvados, om de spijsvertering te stimuleren. Tegenwoordig is trou normand ook de naam van een appelsorbet met calvados, die je tijdens dit soort maaltijden eet.

In sommige cafés kun je nog een café-calva bestellen. Volgens een anekdote kreeg je als je in de cafés in Cherbourg een café nature bestelde geen koffie zonder suiker, maar koffie zonder calvados. De standaarduitvoering was dus mét calvados.

Als je precies wilt weten hoe calvados wordt gemaakt, kun je deze video bekijken:

Pommeau

Calvados kun je weer gebruik om een andere drank te maken. Als je appelsap aan calvados toevoegt en dat minimaal 14 maanden laat rijpen, krijg je pommeau.  Het alcoholpercentage ligt dan tussen de 16 en 18%.

Pommeau drink je voornamelijk als aperitief, maar je kunt het bij ook gerechten met foie gras, meloen en chocoladedesserts drinken. Daarnaast wordt pommeau wel gebruikt in gerechten met Sint Jakobsschelpen en in een gerecht met aardbeien.

Op internet vond ik het recept voor de cocktail ‘Normand’ (nog niet zelf getest, dus zonder garantie). Daarvoor heb je nodig:

  • 3 delen pommeau
  • 2 delen calvados
  • 4 delen jus d’orange
  • 1 ijsblokje
  • 1 scheutje grenadine

Doe alle ingrediënten bij elkaar in een lang glas. Voeg het scheutje grenadine als laatste toe.

Peren

Eigenlijk alles wat je met appels doet, kun je ook met peren doen. Je hebt appeltaarten en perentaarten, appelsap en perensap en dus ook alcoholische dranken met appels en alcoholische dranken met peren. Van de pulp van peren kun je cider maken. En als je deze gaat destilleren, maak je een calvados van peren: poiré.

Perencider en poiré worden niet in heel Normandië gemaakt. Alleen rond Domfront (in het departement Orne en een stukje van het zuiden van Manche) schijnt het klimaat voor perencider optimaal te zijn.

Met poiré maak je een feestelijke cocktail: de kir normand (wél getest, en warm aanbevolen). Voor een kir normand heb je nodig:

  • 1 deel crème de cassis
  • 3 delen poiré

Zorg ervoor dat de poiré gekoeld is.  Doe eerst de crème de cassis in een glas en schenk er vervolgens de poiré bij.

Bénédictine

Een andere drank die uit Normandië afkomstig is, is D.O.M. Bénédictine. In 1511 bedacht de Benedictijner monnik Dom Bernardo Vincelli het recept voor een elixer met 27 verschillende kruiden. In de eeuwen daarna raakte het recept kwijt, tot verzamelaar van religieuze kunst Alexandre Le Grand het in een van zijn manuscripten vond. Na een aantal mislukte pogingen kwam Le Grand met een drank waar je mond niet van vertrok en noemde de likeur D.O.M. Bénédictine.

De ingrediëntenlijst bestaat uit maar liefst 27 verschillende planten en specerijen, en is geheim. Toch wordt algemeen aangenomen dat in ieder geval jeneverbes, mirre, arnica, tijm, kruidnagel, citroen en kaneel voor de likeur worden gebruikt.

Alexandre Le Grand besloot in Fécamp (Calvados) een nieuw gebouw neer te zetten voor de distilleerderij, dat een waar paleis werd. In dit paleismuseum kun je zien hoe de likeur wordt gemaakt. Tekst en uitleg vind je terug in een Nederlandstalige brochure.